Welkom!

Cover final 

Onlangs is er een cd met orgelwerken van Antonio de Cabezxf3n verschenen, gespeeld door Hans Stehouwer op het Verhofstadt orgel (1716) in Schoorl.

U kunt deze cd bestellen door een email te sturen naar floris.stehouwer@hotmail.com. U ontvangt dan een email met prijs en betalingsinstructies.

Als u met een credit card wilt betalen, dan kan dit via Paypal.

Hier kunt u alvast luisteren naar een voorproefje:

Diferencias sobre el canto de la Dama le demanda – Hans Stehouwer

Of kijken naar het volgende fimpje op YouTube:

http://www.youtube.com/watch?v=FYxZD5pfeJc

4 January 2010
By on 14:38
Het orgel in Schoorl

Het_verhofstadt_orgel_1716_in_schoo

Het instrument bestaat uit twee delen. Het Hoofdwerk was een xe9xe9nklaviers orgel, gebouwd door Matthijs Verhofstadt en Theodorus Schiffers in 1716. De oorspronkelijke locatie is onbekend. Het later toegevoegde onderpositief bestaat uit windlade en pijpwerk van een laat 18e eeuws Hollands kabinetorgel van onbekende herkomst. In zijn huidige vorm bevindt het orgel zich sinds 1917 in Schoorl. Het is in 1981 gerestaureerd door de firma D.A. Flentrop te Zaandam. De Nederlands Hervormde Kerk in Schoorl is een kleine dorpskerk, in 1783 gebouwd in gotiserende stijl.

Dispositie:

Hoofdwerk

(bovenmanuaal, C – cx92x92x92)

Holpijp 8×92                  

Prestant 4×92                 

Roerfluit 4×92                  

Octaaf 2×92                   

Tertiaan 13/5              

Quint 11/3                  

Mixtuur 3 st.               

Cornet D 3 st. 

Onderposifief

(ondermanuaal, C – cx92x92x92)

Bourdon B/D 8×92             

Viola di Gamba D 8×92      

Fluit 4×92                         

Gemshoorn 2×92               

Pedaal (C – g)

Aangehangen aan Hoofdwerk

Overige kenmerken

- Tremulant over het hele orgel (Trem)

- Er is geen manuaalkoppel

- Toonhoogte: ax92 = 415 Hz

- Stemming: Kirnberger III

- Winddruk: 73 mm, twee spaanbalgen

- Tertiaan, Mixtuur en Gemshoorn zijn in 1981 nieuw gemaakt door Flentrop, naar het voorbeeld van andere Verhofstadt-orgels (Oostzaan, Culemborg, Donkerbroek). Het overige pijpwerk is origineel, evenals de windladen.


By on 14:25
Het oeuvre van Antonio de Cabezxf3n

Het overgrote deel van de muziek van Cabezxf3n is overgeleverd in twee publicaties:

-Libro de Cifra nueva para tecla, harpa y vihuela, uitgegeven door Luys Venegas de Henestrosa. Alcalxe1 de Henares, 1557.

-Obras de Musica para tecla, arpa y vihuela de Antonio de Cabezxf3n, uitgegeven door zijn zoon Hernando de Cabezxf3n. Madrid, 1578.

Daarnaast bevat ook het Portugese handschrift Coimbra Mus. Ms. 242 enkele van zijn werken.

Het boek van Venegas bevat ook veel muziek van andere componisten (deels anoniem); de postume Obras daarentegen zijn door Hernando geheel aan het oeuvre van zijn vader gewijd, afgezien van vijf stukken van hemzelf. In Venegas komen geen stukken voor die ook in de Obras staan en omgekeerd. Het is daarom aannemelijk dat de werken uit de Obras voornamelijk uit Cabezxf3nx92s laatste 10 levensjaren stammen, wat ook overeenkomt met de stijlkenmerken. Van de op de cd opgenomen stukken zijn de nrs 4, 11, 16, 17 en 19 uit Venegas afkomstig, de rest uit de Obras.

Cifra_3

In beide publicaties is de muziek weergegeven in de Spaanse orgeltabulatuur (x93cifrax94). Dat is een notatiesysteem met 4 lijnen (1 lijn per stem), waarop de tonen met cijfers worden weergegeven. De octaafligging wordt aangeduid met stippen en streepjes. Het ritme volgt uit de verdeling van de cijfers over de lijn.

De muziek van Cabezxf3n kan verdeeld worden in 4 categoriexebn, die hieronder nader zullen worden besproken:

-Tientos (nrs 3, 7, 14, 19 en 23)

-Diferencias (nrs 1, 8, 9, 13 en 22)

-Liturgische orgelmuziek (nrs 2, 10, 11, 17, 18 en 20)

-Glosadas (nrs 6, 12, 15 en 21)

Elke categorie is met minstens xe9xe9n werk vertegenwoordigd in elk van de 4 blokken (van 6 stukken), waaruit de cd is opgebouwd. Een paar stukken (de nrs 4, 5, 16 en 24) lijken zich aan de indeling te onttrekken, maar zijn er met enige goede wil toch in onder te brengen: de Duos (nr 5) zijn in feite korte tweestemmige tientos, de Pavana (nr 4) en de Romance (nr 16) zijn voorlopers van de diferencias en nr 24 is een vijfstemmige tiento, gebaseerd op een liturgische melodie (psalm 119).

Tientos

De tiento is een polyfone vorm waarin xe9xe9n of (meestal) meer themax92s behandeld worden als in een fuga: 1 stem begint met het thema, de 2e stem antwoordt met het thema een kwint hoger of een kwart lager, terwijl de 1e stem verder gaat met een tegenmelodie. Op dezelfde wijze volgt dan de inzet van de 3e, 4e of zelfs 5e stem. Naarmate het stuk vordert verschijnen vaak nieuwe tegenmelodiexebn bij het 1e thema, en meestal ook nieuwe themax92s die op dezelfde wijze behandeld worden. Soms worden themax92s gecombineerd en ook vergroting, verkleining en omkering worden toegepast. Af en toe (vaak tegen het slot) kan het strenge contrapunt worden onderbroken door homofone, een enkele keer zelfs toccata-achtige, passages. De tiento is zeer variabel qua lengte en qua karakter van de themax92s.

De naam x93tientox94 komt van x93tentarx94=x94proberenx94, d.w.z. onderzoeken welke mogelijkheden voor contrapuntische verwerking een thema heeft. De tiento (in Portugal x93tentox94) is de Iberische tegenhanger van de Italiaanse ricercare, die in dezelfde periode werd beoefend door componisten als Girolamo Cavazzoni en Andrea Gabrieli. Ricercare en tiento zijn nauw verwant. Zelfs de naam x93ricercarex94 (=x94zoekenx94) heeft dezelfde strekking. Er zijn in Spanje en Portugal tot in de 18e eeuw tientos gecomponeerd. Dat geldt ook voor de ricercari in Italixeb en Zuid-Duitsland.

Cabezxf3n legt in zijn vele tientos grote verbeeldingskracht en vindingrijkheid aan de dag. Hij geeft elke tiento een heel eigen karakter. Het hoogtepunt is de Tiento del primer tono (nr 3), een lang, complex en zeer gexefnspireerd stuk waarin alle elementen, die een tiento maar kan bevatten, overtuigend zijn samengebracht.

Diferencias

Diferencias zijn variaties. Cabezxf3n is de eerste in de muziekgeschiedenis die variatiewerken voor toetsinstrumenten heeft geschreven. Het zijn meteen meesterwerken. Tot voorbeeld zullen gediend hebben de diferencias van de Spaanse vihuelistas (de eerste diferencias komen voor in Los seys libros del Delphxedn de Mxfasica van Luys de Narvxe1ez, Valladolid 1538). De vihuela was een gitaar-achtig instrument dat in Spanje de rol speelde, die elders in Europa voor de luit was weggelegd.

De variatievorm heeft zich tot op de huidige dag gehandhaafd in de orgel-, clavecimbel- en pianoliteratuur, zoals ook de tiento/ricercare-vorm tot op heden voortleeft in de fuga.

Het is bij Cabezxf3n niet zo dat er eerst een apart thema te horen is, waarna de variaties volgen. De diferencias beginnen a.h.w. meteen met de eerste variatie. Als basis dienen volksliederen (nrs 1, 13, 22 en ook 16) en dansen (nrs 8, 9 en ook 4). Een enkele keer is de melodie het uitgangspunt (bijv. bij nr 13), maar meestal is dat de bas of het akkoordenschema.

Afgezien van de nrs 4 en 16 (diferencias x93avant la lettrex94) komen de diferencias alleen in de Obras voor en zijn dus een late ontwikkeling in het oeuvre van Cabezxf3n. Net als bij de tientos hebben de diferencias elk een sterke individualiteit. Heel bijzonder voor xb1 1560 is het virtuoze slot van nr 22.

In Spanje heeft de vorm van de diferencias slechts op bescheiden schaal navolging gevonden. De grootmeesters van de variatievorm in de generaties na Cabezxf3n moeten we buiten Spanje zoeken: William Byrd en Jan Pieterszoon Sweelinck.

Liturgische orgelmuziek

Deze categorie is te verdelen in twee genres:

a)         Versos: korte zettingen van intonaties of fragmenten van liturgische melodiexebn. De versos werden in afwisseling met de koorzang (x93alternatimx94) gespeeld. Het Magnificat kon bijv. in 14 strofen worden opgedeeld, waarvan orgel en koor er elk 7 vertolkten (zie nr 20). De versos komen altijd voor in reeksen per kerktoonsoort. Behalve voor het Magnificat zijn er versos voor psalm-intonaties (Salmodia (nr 10) en Fabordxf3n (nr 2)) en voor het Kyrie (nr 18). In deze gevallen zijn er steeds 4 versos per kerktoonsoort.

b)         Zettingen van hymnen (nr 11) en andere langere liturgische melodiexebn (nr 24). Deze stukken zijn soms tiento-achtig, met de liturgische melodie als thema (nr 24) of het zijn cantus firmus-zettingen waarin de hele melodie te horen is, met tegenstemmen (nr 11). De zetting van Ave Maris Stella (nr 11) is ongewoon. Het stuk is tweestemmig, de hymne-melodie in hele noten wordt vergezeld door een levendige tegenstem. De slotnoot is echter tevens de beginnoot van een herhaling van de melodie, maar nu in halve noten. Dit doet zich nog een keer voor, zodat het stuk eindigt met de melodie in kwartnoten.

Versos (ook wel x93versettenx94 genoemd) en hymne-zettingen werden in heel katholiek Europa in grote aantallen gecomponeerd van het einde van de 15e tot ver in de 18e eeuw. Cabezxf3nx92s bijdrage aan deze rijke traditie is van hoge kwaliteit.

Glosadas

Dit zijn van versieringen en omspelingen (x93glosasx94) voorziene bewerkingen van vocale muziek van andere componisten. Het kan wereldlijke en geestelijke muziek betreffen (chansons en madrigalen, resp. motetten en delen uit de mis). Dit genre wordt ook wel x93intabulatiex94 genoemd, d.w.z. het in tabulatuur zetten en dus voor toetsinstrumenten geschikt maken van vocale muziek. Het wordt in heel Europa massaal beoefend, vanaf het allereerste begin van de literatuur voor toetsinstrumenten tot in het begin van de 17e eeuw. Het is vergelijkbaar met de manier waarop in de 19e eeuw operax92s en symfoniexebn d.m.v. piano-transcripties overal bekend werden. Helaas verwerd het intabuleren vaak tot een automatisme. Het origineel raakt dan zxf3 overwoekerd met stereotiepe loopjes en speelfiguren dat de muzikale waarde van het eindresultaat gering is. De talrijke glosadas van Cabezxf3n vormen hierop een gunstige uitzondering door de fantasievolle wijze waarop hij te werk gaat (nrs 6, 12, 15 en 21), al zijn zijn tientos en diferencias van een andere orde.


By on 14:24
Biografie

Antonio de Cabezxf3n (1510-1566) is geboren in Castrillo de Matajudxedos, een dorpje gelegen tussen Palencia en Burgos in het noorden van Castilixeb. Zijn ouders waren Sebastixe1n de Cabezxf3n en Marxeda Gutixe9rrez. Van hun 4 kinderen is ook Antoniox92s broer Juan later musicus aan het hof geworden.

Algemeen wordt aangenomen dat 1510 het geboortejaar van Antonio is. Een 17e eeuws afschrift van de tekst op zijn (verdwenen) grafsteen vermeldt dat hij 56 jaar oud was toen hij stierf op 26 maart 1566.

Antonio de Cabezxf3n was blind, volgens zijn zoon Hernando (in het voorwoord van de Obras uit 1578) reeds vanaf zeer jonge leeftijd. Hernando ziet er de hand van God in: juist door zijn blindheid konden Antoniox92s gehoor en muzikale gaven zich tot zo grote hoogte ontwikkelen.

Antonio was al op jeugdige leeftijd in dienst van de bisschop van Palencia. Garcxeda de Baeza, organist in Palencia, was waarschijnlijk zijn leermeester.

In 1526, op 16-jarige leeftijd, wordt Antonio organist aan het hof van keizerin Isabella (echtgenote van Karel V) in Toledo.

In 1538 treedt Antonio in het huwelijk met Luisa Nxfaxf1ez. Hij verhuist naar xc1vila, de woonplaats van zijn bruid. Het echtpaar krijgt 5 kinderen, waarvan de zoons Agustxedn en Hernando het ook tot hofmusicus zouden brengen.

Na het overlijden van Isabella in 1539 blijft Antonio op verzoek van Karel V in dienst van haar kinderen, waaronder de in 1527 geboren Felipe, de latere koning Philips II. In 1543 wordt Felipe door zijn vader Karel V tot regent van Spanje benoemd en vormt hij zijn eigen hofkapel. Antonio bekleedt hierin de post van organist en blijft tot zijn dood in dienst van Felipe.

De hofkapel vergezelt Felipe op zijn twee grote reizen door Europa. De eerste reis begint in 1548 in Valladolid en leidt via Barcelona naar Genua. Er is een beschrijving bewaard gebleven van de grote indruk die het orgelspel van Antonio aldaar gemaakt heeft. Hij werd x93De Orpheus van onze tijdx94 genoemd.

Verder worden tijdens deze reis Pavia, Milaan, Cremona, Trento, Mxfcnchen, Heidelberg, Speyer, Brussel, Gent, Antwerpen, Lille, Tournai en Arras aangedaan. In Heidelberg krijgt Antonio van Frederik II als blijk van waardering een relikwie overhandigd: de schedel van de heilige Laura.

In 1552 keert Antonio terug in Spanje. Hij schenkt de relikwie aan de kerk van San Esteban in zijn geboorteplaats Castrillo. In 1601 wordt de relikwie voorzien van een reliekschrijn en in dezelfde tijd richt de familie Cabezxf3n een altaar op ter ere van de heilige Laura. Reliekschrijn en altaar zijn tot op heden in de kerk aanwezig.

De tweede reis van Felipe begint in 1554 en voert eerst naar Engeland, waar Felipe op 25 juli 1554 in de kathedraal van Winchester trouwt met Mary Tudor. Antonio blijft tot 1556 in Engeland. Het is aannemelijk dat de stijl van de Engelse virginalisten mede tot stand is gekomen onder invloed van zijn spel en zijn composities.

In 1556 volgt Felipe zijn vader op als koning van Spanje. De reis gaat verder naar de Nederlanden en Duitsland. Pas in 1560 keert het gezelschap terug in Spanje.

Van beide reizen zijn concrete sporen te vinden:

De titels Pavana Italiana en Gallarda Milanesa (nrs 8 en 9 op de cd) verwijzen naar het verblijf in Noord-Italixeb. The Spanish Pavan van John Bull en de Paduana Hispanica van Jan Pieterszoon Sweelinck en Samuel Scheidt hebben hetzelfde thema als de Pavana Italiana van Antonio.

Na terugkeer in Spanje vestigt Felipe II zijn hof in Madrid. Antonio volgt hem en blijft in Madrid tot zijn dood op 26 maart 1566. Hij wordt begraven in het klooster San Francisco el Grande.

Zijn zoon Hernando volgt hem op als hoforganist van Felipe II en blijft dat tot het overlijden van Felipe in 1598.


By on 14:23
Bienvenido!

Cover final

Recientemente se lanzxf3 un CD con obras de Antonio de Cabezxf3n interpretadas por el organista holandxe9s Hans Stehouwer. Se grabxf3 el CD en el xf3rgano construido por Verhofstadt (1716) en Schoorl (Holanda). En este sitio encuentra mxe1s informacixf3n sobre Antonio de Cabezxf3n y sobre el CD.

Para pedir el CD favor de enviar un email a floris.stehouwer@hotmail.com. Recibirxe1 un email con el precio y los detalles de pago.

Tambixe9n se puede pagar con tarjeta de crxe9dito a travxe9s de Paypal. 

Aquxed se puede escuchar el primer tema del CD:

Diferencias sobre el canto de la Dama le demanda – Hans Stehouwer

Aquxed se puede ver un video en YouTube:

http://www.youtube.com/watch?v=FYxZD5pfeJc


By on 14:22
Las obras de Antonio de Cabezxf3n

La mayor parte de la mxfasica de Cabezxf3n se encuentra en dos publicaciones:

-Libro de Cifra nueva para tecla, harpa y vihuela, editado por Luys Venegas de Henestrosa. Alcalxe1 de Henares, 1557.

-Obras de Musica para tecla, arpa y vihuela de Antonio de Cabezxf3n, editado pxf3stumamente por su hijo Hernando de Cabezxf3n. Madrid, 1578.

Por otro lado el manuscrito Portuguxe9s Coimbra Mus. Ms. 242 contiene algunas de sus obras.

El libro de Venegas tambixe9n contiene mucha mxfasica de otros compositores (parcialmente anxf3nimos). La publicacixf3n de Hernando (Obrasx85) contiene exclusivamente mxfasica de su padre, con la sola excepcixf3n de  5 composiciones de su propia autorxeda. Las obras de Antonio publicadas por Venegas no son las mismas que publicxf3 Hernando, por lo cuxe1l es probable que la mxfasica en las Obras date en mayorxeda de los xfaltimos 10 axf1os de la vida de Cabezxf3n, y sus caracterxedsticas estilxedsticas permiten sostener esta hipxf3tesis. De las obras grabadas en este CD los nxfameros 4, 11, 16, 17 en 19 vienen de Venegas, las demxe1s de las Obras.

Cifra_2

En ambas publicaciones la mxfasica figura en tablatura espaxf1ola de xf3rgano (x93cifrax94). Es un sistema de anotacixf3n con 4 lxedneas (una por voz), y en las lxedneas se encuentran cifras que indican las notas. La posicixf3n de octavo se indica con puntitos y barras. El ritmo se deriva de la divisixf3n de las cifras sobre la lxednea.

La mxfasica de Cabezxf3n se puede dividir en 4 categorxedas, que serxe1n explicadas abajo:

-Tientos (nxfams. 3, 7, 14, 19 y 23)

-Diferencias (nxfams. 1, 8, 9, 13 y 22)

-Mxfasica litxfargica para xf3rgano (nxfams. 2, 10, 11, 17, 18 y 20)

-Glosadas (nxfams. 6, 12, 15 y 21)

Cada categorxeda es representada con al menos una obra en cada uno de los 4 bloques (de 6 obras) de que consiste este CD. Algunas obras (nxfams. 4, 5, 16 y 24) parecen no pertenecer a ninguna categorxeda, sin embargo con algo de buena voluntad sxed encajan: los Dxfaos (nxfam. 5) en realidad son breves tientos a dos voces, la Pavana (nxfam. 4) y el Romance (nxfam. 16) son antecedentes de las diferencias y nxfam. 24 es un tiento a cinco voces, basado en una melodxeda litxfargica (salmo 119).

Tientos

El tiento es una forma polifxf3nica donde uno o (habitualmente) varios temas son tratados como en una fuga: la primera voz comienza con el tema, la segunda voz responde con el tema a un intervalo de quinta superior o cuarta inferior, mientras la primera voz continxfaa con un contrapunto.

De la misma manera entran la tercera, la cuarta y hasta la quinta voz. Mientras avanza la obra, a menudo aparecen nuevos contrapuntos, y en general tambixe9n nuevos temas que son tratados de la misma manera.

A veces se combinan temas, y tambixe9n se aplican procedimientos de aumentacixf3n, disminucixf3n e inversixf3n.

Incidentalmente (generalmente al acercarse al final de la obra) se interrumpe el contrapunto estricto dejando lugar a pasajes homxf3fonos a veces hasta pasajes en estilo de las tocatas. El tiento es muy variable en cuanto a duracixf3n y carxe1cter de los temas.

El nombre x93tientox94 viene del verbo x93tentarx94, es decir investigar que posibilidades para el trato contrapuntista otorga un tema. El tiento (en Portugal x93tentox94) es el equivalente ibxe9rico del ricercare italiano, que fue desempexf1ado en la misma xe9poca por compositores como Girolamo Cavazzoni y Andrea Gabrieli. Ricercare y tiento son muy consanguxedneos. Hasta el nombre x93ricercarex94 (=x94investigarx94) significa casi lo mismo. En Espaxf1a y Portugal se compusieron tientos hasta principios del siglo XVIII, lo mismo se aplica a los ricercari en Italia y el sur de Alemania.

Cabezxf3n da un carxe1cter propio a cada tiento, demostrando una gran imaginacixf3n e ingeniosidad. La obra culminante es el Tiento del primer tono (nxfam. 3): una obra larga, compleja y muy inspirada donde todos los elementos que puede contener un tiento, se combinan de forma convincente y sxf3lida.

Diferencias

Las diferencias son obras construidas a partir de variaciones sobre un motivo melxf3dico o un esquema armxf3nico. Cabezxf3n es el primero en la historia de la mxfasica que escribixf3 obras a gran escala con el procedimiento de x93diferenciasx94 para instrumentos de tecla. Como ejemplo le habrxe1n servido las diferencias de los vihuelistas espaxf1oles (las primeras diferencias aparecen en Los seys libros de Delphxedn de Mxfasica de Luis de Narvxe1ez, Valladolid 1538).

En el caso de Cabezxf3n no se escucha primero el tema por separado, seguido por las diferencias, sino que las diferencias comienzan con la primera variacixf3n. Como base sirven canciones populares (nxfams. 1, 13, 22 y tambixe9n 16) y bailes (nxfams. 8, 9 y tambixe9n 4). Alguna vez la melodxeda es el punto de salida (por ejemplo nxfam. 13), pero habitualmente es el bajo o la progresixf3n de acordes.

Aparte de los nxfams. 4 y 16 (diferencias x93avant la lettrex94) las diferencias solamente figuran en las Obras por lo cual se trata de una evolucixf3n tardxeda en la mxfasica de Cabezxf3n. Del mismo modo que con los tientos, cada una de las diferencias tiene una fuerte individualidad. Resulta muy llamativo para su xe9poca (ca. 1560) el final virtuosxedstico de nxfam. 22.

En Espaxf1a pocos compositores continuaron usando la forma musical de las diferencias. Hay que buscar los grandes maestros de esta forma en las generaciones posteriores a Cabezxf3n fuera de Espaxf1a: William Byrd y Jan Pieterszoon Sweelinck.

Mxfasica litxfargica para xf3rgano

Esta categorxeda se puede dividir en dos gxe9neros:

a)         Versos: composiciones cortas de entonaciones o fragmentos de melodxedas litxfargicas. Los versos se tocaban alternando con el coro (x93alternatimx94). El Magnificat por ejemplo se pudo dividir en 14 estrofas, de las cuales xf3rgano y coro interpretaron 7 cada uno (nxfam. 20). Los versos siempre aparecen en series por tono. Aparte de versos para el Magnificat existen versos para entonaciones de salmos (Salmodia, nxfam. 10 y Fabordxf3n, nxfam. 2) y para el Kyrie (nxfam. 18). En estos casos siempre hay 4 versos por tono.

b) Composiciones de himnos (nxfam. 11) y de otras melodxedas litxfargicas mxe1s largas (nxfam. 24). Estas obras a veces se parecen a los tientos, que toman una parte de una melodxeda litxfargica como tema (nxfam. 24), o son composiciones sobre un cantus firmus donde se escucha la melodxeda entera, con contrapuntos (nxfam. 11). La composicixf3n de Ave Maris Stella (nxfam. 11) es poco comxfan: es una obra a dos voces en la que la melodxeda del himno en semibreves  (redondas para la notacixf3n actual) es acompaxf1ada por un vivo contrapunto, sin embargo la nota final es la nota inicial de la repeticixf3n de la melodxeda, que se presenta esta vez en mxednimas (blancas). Este procedimiento es utilizado otra vez, por lo cual la obra termina con la melodxeda en semxednimas (negras).

Versos e himnos se compusieron en grandes cantidades por toda la Europa catxf3lica desde finales del siglo XV hasta el tercer cuarto del siglo XVIII. La contribucixf3n de Cabezxf3n a esta rica tradicixf3n es de alta calidad.

Glosadas

Son arreglos de mxfasica vocal de otros compositores, con ornamentos y glosas agregados. Puede tratarse de mxfasica profana (canciones y madrigales) o religiosa (motetes y partes de la misa). Este gxe9nero tambixe9n se llama x93intabulacixf3nx94, es decir, transcripcixf3n de la mxfasica vocal a la tablatura de los instrumentos. Se aplica masivamente en toda Europa desde el inicio de la literatura para instrumentos de tecla hasta principios del siglo XVII. Se podrxeda comparar con la manera en que en el siglo XIX arias de operas y movimientos de sinfonxedas se transcribieron para piano.

Lamentablemente muchas veces el arte de la intabulacixf3n se convirtixf3 en un automatismo. La obra original se ve tan cubierta por pasajes y figuras estereotipas que el valor musical del resultado final es humilde. Las numerosas glosadas de Cabezxf3n forman una excepcixf3n favorable por la imaginacixf3n que aplica (nxfams. 6, 12, 15 y 21), sin embargo sus tientos y diferencias son de otro orden.


By on 14:12
El xf3rgano en Schoorl

Het_verhofstadt_orgel_1716_in_sch_9 El instrumento consta de dos partes. El xd3rgano Mayor era un xf3rgano de un solo teclado, construido por Matthijs Verhofstadt y Theodorus Schiffers en 1716. Se desconoce su ubicacixf3n original. El positivo inferior fue agregado posteriormente y consta de secreto y tuberxeda de un xf3rgano de cxe1mara holandxe9s de origen desconocido de finales de siglo XVIII. En su forma actual el xf3rgano se encuentra en Schoorl (Holanda) desde el axf1o 1917. En el axf1o 1981 fue restaurado por la empresa D.A. Flentrop de Zaandam (Holanda). El instrumento se encuentra en una pequexf1a iglesia, que se construyxf3 en el axf1o 1783.

Composicixf3n:

xd3rgano Mayor

(teclado superior, C – cx92x92x92)

Holpijp 8×92

Prestant 4×92

Roerfluit 4×92

Octaaf 2×92

Tertiaan 13/5

Quint 11/3

Mixtuur 3 hil.

Cornet D 3 hil.

Positivo inferior

(teclado inferior, C – cx92x92x92)

Bourdon B/D 8×92

Viola di Gamba D 8×92

Fluit 4×92

Gemshoorn 2×92

Pedalero (C – g):

Acoplado al xd3rgano Mayor

- Trxe9molo sobre el xf3rgano entero (Trem)

- Los teclados no se pueden acoplar

- Diapasxf3n: ax92 = 415 Hz

- Afinacixf3n: Kirnberger III

- Presixf3n: 73 mm, dos fuelles de cuxf1a

- Tertiaan, Mixtuur y Gemshoorn fueron construidos nuevos por Flentrop en 1981, tomando como ejemplo otros xf3rganos de Verhofstadt (Oostzaan, Culemborg, Donkerbroek). Los demxe1s tubos y secretos son originales.


By on 13:57
Biografxeda

Antonio de Cabezxf3n nacixf3 en Castrillo de Matajudxedos, un pueblo localizado entre Palencia y Burgos en el norte de Castilla. Sus padres fueron Sebastixe1n de Cabezxf3n y Marxeda Gutixe9rrez, que tuvieron 4 hijos. El hermano de Antonio, Juan, tambixe9n llegxf3 a ser mxfasico en la Corte.

Generalmente se considera que 1510 es el axf1o de nacimiento de Antonio. Una transcripcixf3n del epitafio sobre su lxe1pida (que desaparecixf3) consta que tenxeda 56 axf1os cuando murixf3 el 26 de Marzo del 1566.

Segxfan su hijo Hernando (en el prxf3logo a las Obras de 1578) Antonio de Cabezxf3n ya desde muy joven padecixf3 ceguera. Hernando explica la ceguera de su padre por la mano de Dios: precisamente por su ceguera el oxeddo y los talentos musicales de Antonio se desarrollaron a un nivel tan elevado.

De muy joven Antonio ingresa al servicio del obispo de Palencia, donde probablemente haya tenido por maestro a Garcxeda de Baeza.

En 1526, a los 16 axf1os, Antonio entra en el servicio de la Corte de la emperatriz Isabela (esposa de Carlos I) en Toledo como organista.

En 1538 se casa con Luisa Nxfaxf1ez y van a vivir en xc1vila, la ciudad de Luisa. El matrimonio tiene 5 hijos, y de ellos Agustxedn y Hernando tambixe9n llegarxedan a ser mxfasicos en la Corte.

Despuxe9s de la muerte de Isabela en 1539, Antonio, a peticixf3n de Carlos I, se mantiene en el servicio de sus hijos, entre ellos Felipe, el futuro rey Felipe II, que nacixf3 en 1527. En 1543 Felipe es nombrado regente de Espaxf1a por su padre Carlos I y forma su propia capilla. En ella, Antonio es designado organista, puesto que ocupa hasta su muerte.

La capilla acompaxf1a a Felipe durante sus 2 grandes viajes por Europa. El primero arranca en 1548 en Valladolid y vxeda Barcelona llegan a Gxe9nova. Existe una descripcixf3n del gran impacto que causxf3 Antonio con su arte al xf3rgano, tal es asxed que lo llamaron el x93Orfeo de nuestros tiemposx94.

Durante este viaje tambixe9n se visitan Pavia, Milano, Cremona, Trento, Munich, Heidelberg, Speyer, Bruselas, Gante, Amberes, Lille, Tournai y Arras. En Heidelberg Federico II le entrega a Antonio como obsequio una reliquia: el crxe1neo de la Santa Laura.

En 1552 Antonio regresa a Espaxf1a. Dona la reliquia a la iglesia de San Esteban en su localidad natal, Castrillo. En 1601 se coloca la reliquia en un relicario y en la misma xe9poca los descendentes de Cabezxf3n montan un retablo en honor de Santa Laura.  Ambos se encuentran en xe9sta iglesia hasta el dxeda de hoy.

El segundo viaje de Felipe empieza en 1554 y lo lleva primero a Inglaterra, donde Felipe desposa a Mary Tudor en la catedral de Winchester el 25 de julio de 1554. Antonio se queda en Inglaterra hasta el 1556. Es probable que el estilo musical de los virginalistas ingleses surgiera, entre otros factores, bajo la influencia de su manera de tocar y sus composiciones.

En 1556 Felipe sucede a su padre como Rey de Espaxf1a. El viaje continxfaa por los Paxedses Bajos y Alemania. No se regresa a Espaxf1a hasta 1560.

De ambos viajes existen rastros concretos:

Los txedtulos Pavana Italiana y Gallarda Milanesa (nxfams. 8 y 9 en el cd) refieren a su estancia en el norte de Italia. The Spanish Pavan de John Bull y la Paduana Hispanica de Jan Pieterszoon Sweelinck y Samuel Scheidt tienen el mismo tema que la Pavana Italiana de Antonio.

Despuxe9s de regresar a Espaxf1a, Felipe II establece su corte en Madrid. Antonio le sigue y se queda en Madrid hasta su muerte el 26 de Marzo de 1566. Es enterrado en el monasterio de San Francisco el Grande.

Su hijo Hernando le sucede como organista en la corte de Felipe II y ocupa este puesto hasta la muerte de Felipe en 1598.


By on 13:45
Welcome!

Cover final 

Recently a CD with organ works by Antonio de Cabezxf3n was released, played by Hans Stehouwer at the Verhofstadt organ (1716) in Schoorl (The Netherlands). On this site you will find more information about Antonio de Cabezxf3n and about this CD.

The CD can be ordered be sending an email to floris.stehouwer@hotmail.com.  You will receive an email with price payment instructions.

You can also pay by credit card via Paypal.

As a preview, you can listen to the first track of the CD:

Diferencias sobre el canto de la Dama le demanda – Hans Stehouwer

Watch organist Hans Stehouwer on YouTube:

http://www.youtube.com/watch?v=FYxZD5pfeJc


By on 13:44
The organ in Schoorl (The Netherlands)

Blog2 The instrument consists of two parts. The Great Organ used to be a single manual organ, constructed by Matthijs Verhofstadt and Theodorus Schiffers in 1716. Its original location is unknown. Later on a positive organ was added consisting of chest and tubes from a late 18th century Dutch chamber organ of unknown origin. In its actual form the organ has been located in Schoorl (The Netherlands) since 1917. In 1981 it was restored by D.A. Flentrop from Zaandam (The Netherlands). The Dutch Reformed Church in Schoorl is a small church, built in 1783.

Dispositie/Composicixf3n/Specification:

Great Organ

(upper manual, C – cx92x92x92)

Holpijp 8×92         

Prestant 4×92       

Roerfluit 4×92   

Octaaf 2×92       

Tertiaan 13/5

Quint 11/3 

Mixtuur 3 r.         

Cornet D 3 r.

Positive organ 

(lower manual, C – cx92x92x92)

Bourdon B/D 8×92             

Viola di Gamba D 8×92      

Fluit 4×92                        

Gemshoorn 2×92            

Pedal (C – g):

Pulldowns to Great Organ

- Tremulant across the entire organ (Trem)

- There is no manual coupler

- Pitch: ax92 = 415 Hz

- Tuning: Kirnberger III

- Pressure: 73 mm, two wedge bellows

- Tertiaan, Mixtuur and Gemshoorn were made new in 1981 by Flentrop, taking other organs by Verhofstadt (Oostzaan, Culemborg, Donkerbroek) as examples. The rest of the pipes are original, and so are the chests.


By on 13:43